Handleiding profielen

Handleiding Diagram

In het diagram hierboven worden de verschillende cloudservices en managed services weergeven. De verschillende onderdelen van dit diagram worden op deze pagina nader toegelicht.

Drie rollen van IT-serviceproviders

In het domein van IT-outsourcing en managed services zijn producten uiteindelijk ondergeschikt. Het gaat om de toegevoegde waarde die leveranciers bieden rondom IT-producten zoals applicaties of infrastructuur. In de huidige markt zijn er volgens Giarte drie rollen te onderscheiden.

Managed Cloud Services

1. Cloud Enabled Managed Service Provider (CEMSP)

Vanuit de eerste rol, de CEMSP, levert een serviceprovider managed en professional services rondom een vaste set aan cloudproducten. Voorbeelden zijn operationeel beheer, een helpdesk of projectmatige activiteiten zoals cloudmigraties. Deze providers combineren vaak public clouddiensten zoals Office 365, Google Apps of AWS met een eigen IaaS-omgeving. Een cruciaal aspect van deze rol is het gestandaardiseerde portfolio van de managed services en geleverde cloudproducten. Deze providers zijn met name actief in het klein- en middensegment (tot 1.000 gebruikers) of binnen gekaderde en gestandaardiseerde kavels waar geen maatwerk nodig of gewenst is.

2. Cloud Orchestrator and Aggregator (COA)

Daar waar de CESMP stopt, gaat de COA verder. Deze beperkt zich niet tot de levering van alleen clouddiensten en heeft geen gestandaardiseerd portfolio. De COA levert maatwerk en is in staat verschillende cloud- en onpremise IT-infrastructuren te combineren tot een enkelvoudige oplossing (aggregatie). De COA kan deze mix van platforms en technologie in zijn geheel beheren en technisch integreren: de orkestratie. Met deze serviceprovider kunnen klanten een enkelvoudige SLA afsluiten, waar bijvoorbeeld een single-point-of-contact, billing en een overkoepelende set KPI’s onderdeel van uitmaken. Deze providers bevinden zich voornamelijk in het middensegment en aan de bovenkant van de markt. Ze bedienen met name organisaties voor wie een hybride opzet noodzaak is als gevolg van een complex, vaak dynamisch en divers IT-landschap.

3. Cloud Application Integrator (CAI)

Serviceproviders die op het niveau van bedrijfsapplicaties acteren, zijn weer uit een ander hout gesneden. Deze providers begrijpen en kennen de context van een specifieke business en helpen organisaties applicaties te ontwikkelen, implementeren en onderhouden. De CAI vindt haar oorsprong dan ook in het applicatiemanagementdomein. Zij beschikken over diepgaande kennis over de functionaliteit van IT-systemen, en brengen organisaties naar de cloud door applicaties te re-factoren in een PaaS-omgeving of slimme keuzes te maken voor alternatieven uit de publieke cloud.

Public Cloud Services

Public Cloud Services

4. SaaS – Software as a Service

Een provider levert SaaS wanneer zij over een eigen (proprietary) softwareproduct of applicatie beschikt, die in een cloudmodel wordt aangeboden. Het intellectueel eigendom van het desbetreffende product ligt dus ook bij de serviceprovider. Wanneer een provider applicaties van derden host, bijvoorbeeld SAP of Exact, en dit in een cloudmodel distribueert, dan valt dit buiten de definitie zoals gehanteerd binnen deze publicatie.

5. PaaS – Platform as a Service

De term ‘platform’ is zeer ruim te interpreteren en daarom veelvuldig onderwerp van discussie. Giarte volgt de NIST-definitie, die PaaS omschrijft als een platform waarop applicaties kunnen worden ontwikkeld. Een enkel besturingssysteem – regelmatig als PaaS aangeboden – volstaat hierbij niet. In het platform dient de volledige set aan instrumenten beschikbaar te zijn die nodig is om een applicatie te kunnen ontwikkelen, testen en in productie te nemen. Ook een mechanisme voor distributie en verkoop kan onderdeel van een platformdienst (PaaS) zijn. Wanneer de provider een product van derden host (bijvoorbeeld Mendix), en in een cloudmodel distribueert, dan valt dit buiten de gehanteerde definitie.

6. Public en Managed IaaS – Infrastructure as a Service

De meerderheid van de serviceproviders in deze studie onderhoudt een eigen infrastructuur en biedt deze aan als IaaS. Deze merken we aan als Public wanneer klanten de infrastructuur kunnen afnemen zonder enige vorm van managed services. Het IaaS-product wordt dan door een derde partij of interne IT-afdeling beheerd. Vaak wordt de IaaS-omgeving van de providers alleen ingezet voor klanten die een managed services- of outsourcingovereenkomst met de provider hebben. In dit geval merken we dit aan als managed IaaS. Een IT-infrastructuur voor exclusief gebruik door een enkele organisatie (single tenant) voldoet niet aan de NIST-karakteristieken van een clouddienst, dergelijke diensten zijn daarom buiten beschouwing gelaten.

Cloud capabilities

Aan de rechterzijde van het diagram worden de cloud capabilities weergegeven. Deze hebben betrekking op de cloudproducten van de serviceproviders (IaaS, PaaS of SaaS) en niet op de managed services. NIST hanteert een set van ‘essentiële karakteristieken’ welke clouddiensten kenmerkt. De clouddiensten van de serviceproviders zijn aan onderstaande NIST-definities getoetst. Deze zijn niet vertaald om interpretatieverschillen tot een minimum te beperken.

Cloud Capabilities

7. Portal/Self Service

“Service provider enables their customers to monitor and/or manage elements of the cloud service through a web portal and/or API.”

Indien de serviceprovider heeft aangemerkt over selfservice te beschikken, dan is deze capability aangevinkt.

8. Broad Network Access

“Capabilities are available over the network and accessed through standard mechanisms that promote use by heterogeneous thin or thick client platforms (e.g., mobile phones, tablets, laptops, and workstations).”

Indien de serviceprovider heeft aangemerkt binnen 1 dag de clouddienst aan een klant beschikbaar te kunnen maken, dan is deze capability aangevinkt.

9. Resource Pooling

“The provider’s computing resources are pooled to serve multiple consumers using a multitenant model, with different physical and virtual resources dynamically assigned and reassigned according to consumer demand.”

Indien de serviceprovider heeft aangemerkt dat de clouddienst volledig multi-tenant is, dan is deze capability aangevinkt.

10. Rapid Elasticity

“Capabilities can be elastically provisioned and released, in some cases automatically, to scale rapidly outward and inward commensurate with demand. To the consumer, the capabilities available for provisioning appear to be unlimited and can be appropriated in any quantity at any time, in so far applications can handle this.”

Indien de serviceprovider heeft aangemerkt binnen 1 dag een aanmerkelijke hoeveelheid cloudcomputing capaciteit op te kunnen schalen, dan is deze capability aangevinkt. In het voorbeeld is gehanteerd: 50 VM’s met ieder 16 CPU’s en 60Gb RAM voor een periode van twee weken.

11. Measured Services

“Cloud systems automatically control and optimize resource use by leveraging a metering capability at some level of abstraction appropriate to the type of service (e.g., storage, processing, bandwidth, and active user accounts). Resource usage can be monitored, controlled, and reported, providing transparency for both the provider and consumer of the utilized service.”

Indien de serviceprovider heeft aangemerkt dat de clouddienst volledig PxQ en het verbruik plus billing transparant is, dan is deze capability aangevinkt.

Bekijk hier de profielen van de cloudproviders.